Jan de Winter moet op of omstreeks de tijd van de publicaties van Richard Walker in zijn boek Still Water Angling over de vangst van karper zijn geïnfecteerd met het karpervirus.
De eerste vonk die zijn enthousiasme voor het vissen op karper aanwakkerde is echter overgebracht door de eerste boeken van Jan Schreiner, de grootste hengelsport publicist van ons land.
Ik kan me daar wel wat bij voorstellen. De boeken van Jan Schreiner van net na de oorlog lieten en laten zich lezen als een roman, waarbij je, als je je ogen dicht doet, wegdroomt met de schrijver en imaginair aan de waterkant zit
.
Samen met de bevindingen van Henk Kat en Dirk de Vries is Jan op het eind van de 50er jaren gericht gaan vissen op karper.
Hij verdiepte zich in de methodes die Henk en Dirk hanteerden, sprak met ze en verfijnde deze methodes.
Jan was in de zestiger jaren niet alleen karperaar, hij trok ook fiks van leer tegen de misstanden in de sportvisserij.
In die tijd was de zogenaamde Kuilvisserij door de beroepsvissers op het IJsselmeer nog toegestaan. Samen met onder andere zijn goede vriend Jan Roelfs hebben zij de beroepsvissers lobby danig onder druk weten te zetten.
De kuilvisserij werd per 1 januari 1970 verboden verklaard.
Beiden hadden voor ogen dat het IJsselmeer zou uitgroeien tot het hengelsportdorado van Europa. Beiden wisten van de zeer goede brasem - en karperpopulaties aldaar.
Behalve karpervisser was Jan ook een verdienstelijke beeldhouwer en schilder, in zijn boek kom je dat niet direct tegen, maar als je goed leest heeft hij voor de natuur een groot respect niet in de laatste plaats omdat die natuur is geschapen; net zoals hij zijn beeldhouwwerken en schilderijen schiep.
Hij schrijft dan ook herhaaldelijk over de Schepper .